Het Prins Bernhard Cultuurfonds is een fondsenwervende instelling met vermogen. We streven ernaar de organisatiekosten zo veel mogelijk te dekken met de opbrengsten uit dit vermogen. Zodat een groter deel van de schenkingen en donaties overblijft om activiteiten te ondersteunen.
De baten van het Prins Bernhard Cultuurfonds bestaan uit inkomsten uit fondsenwerving, loterijen en beleggingen. Deze bedroegen over 2010 € 45,5 miljoen, tegen € 39 miljoen in 2009. We lichten deze inkomsten en de bestemming ervan graag toe.
In 2010 bedroegen de inkomsten uit fondsenwerving € 10,9 miljoen, tegen € 8,6 miljoen in 2009.
Overzicht|
|
2010 |
2009 |
|
Collecten |
1.071.710 |
1.191.890 |
|
Schenkingen CultuurFondsen op Naam |
8.553.320 |
6.504.222 |
|
Donaties en giften |
1.069.087 |
771.872 |
|
Legaten en nalatenschappen |
244.989 |
123.432 |
|
|
10.939.106 |
8.591.416 |
Uit loterijen ontving het Prins Bernhard Cultuurfonds in 2010 € 21,9 miljoen, 20,3 miljoen in 2009. Hiervan is € 1,1 miljoen door de BankGiro Loterij geoormerkt voor specifieke projecten. Dat was in 2009 € 0,3 miljoen.
In 2010 bedroegen de totale inkomsten uit beleggingen € 12,6 miljoen, tegen € 10,1 miljoen in 2009. Het rendement op de effectenportefeuille bedroeg 8,1 procent. Dat was in 2009 8,0 procent.
De inkomsten komen ten goede aan ons activiteitenbudget, de CultuurFondsen op Naam en gebruiken we voor de kosten van onze eigen organisatie.
Het activiteitenbudget is het bedrag dat in een jaar beschikbaar is voor ondersteuning van projecten, beurzen en initiatieven van het Prins Bernhard Cultuurfonds en prijsuitreikingen. De inkomsten van 2010 voegt het Prins Bernhard Cultuurfonds toe aan het activiteitenbudget van 2011.
Waaruit bestaat het activiteitenbudget?Het activiteitenbudget bestaat uit de volgende inkomsten:
Daarnaast voegen we toegezegde bijdragen die niet worden
opgevraagd (vrijval) en het niet toegewezen deel van het
activiteitenbudget (onderbesteding) toe aan het activiteitenbudget
van het volgend jaar.
Het activiteitenbudget voor 2011 bedraagt € 30,2 miljoen. Dat
was € 26,8 miljoen in 2009.
Het grootste deel van de schenkingen aan CultuurFondsen op Naam voegen we volgens de wens van de schenker toe aan het vermogen van een CultuurFonds op Naam. In 2010 werd € 8,0 miljoen van de totaal ontvangen schenkingen aan het vermogen toegevoegd. Ook werd ter compensatie van de inflatie een klein deel van de beleggingsopbrengsten (€ 0,4 miljoen) toegevoegd aan het vermogen van een aantal CultuurFondsen op Naam.
De beleggingsopbrengsten uit het vermogen van de CultuurFondsen op Naam zijn in principe beschikbaar om te besteden aan onze doelstelling. Om grote fluctuaties te voorkomen voegen we niet het jaarlijks rendement aan het activiteitenbudget toe, maar wordt dit budget vastgesteld op basis van een rekenrente (tienjaars gewogen gemiddelde). In 2010 werden de hogere beleggingsopbrengsten voor een bedrag van € 3,0 miljoen toegevoegd aan de hiervoor bedoelde bestemmingsreserve.
De ongeoormerkte legaten en nalatenschappen en 11 procent van de inkomsten uit loterijen worden toegevoegd aan de reserves van het Prins Bernhard Cultuurfonds. In 2010 was dit € 2,6 miljoen. De beleggingsopbrengsten van dit vermogen gebruiken we om de kosten van de eigen organisatie te dekken. Hierdoor is ons voortbestaan gewaarborgd en blijft een groter deel van elke schenking of donatie over om activiteiten te ondersteunen. Een eventueel overschot voegen we toe aan de reserves. In 2010 bedroeg dit overschot € 1,4 miljoen.
Om inkomsten te verwerven, te besteden en te beheren maken we kosten. Hoe hoog deze kosten zijn, waar ze voor gemaakt worden en hoe we ze dekken, zetten we hier op een rij. De totale kosten eigen organisatie van het Prins Bernhard Cultuurfonds waren in 2010 € 5,2 miljoen. We hanteren voor deze kosten een eigen norm van maximaal 25 procent ten opzichte van het activiteitenbudget van dat jaar. In 2010 bedroegen de totale kosten voor de eigen organisatie ten opzichte van het activiteitenbudget 19,4 procent. Toelichting kosten
| Jaar | 2010 | Begroot 2010 | 2009 | 2008 |
| Kosten eigen organisatie | 5.206.208 | 5.642150 | 4.774.344 | 4.801.084 |
| Activiteitenbudget | 26.800.000 | 26.800.000 | 25.600.000 | 24.600.000 |
| Kosten t.o.v. activiteitenbudget | 19,4% | 21,1% | 18,6% | 19,5% |
De stijging van de kosten ten opzichte van vorig jaar was begroot. Deze is met name het gevolg van een gewijzigde presentatie van de kosten van beleggingen. Met het aanstellen van de fiduciair manager kunnen beheerkosten separaat worden gepresenteerd. Voorheen werden deze kosten direct gesaldeerd met beleggingsopbrengsten. Ook ontvingen we in 2009 een eenmalige tariefsverlaging op de door een externe partij gevoerde beleggingsadministratie. Daarnaast actualiseerden we in 2010 de functiebeschrijvingen van de medewerkers en beschreven we de bedrijfsprocessen voor de automatisering. Daarin werden we bijgestaan door externe adviseurs. Dit leidde tot een eenmalige stijging van de kosten. Daar staat tegenover dat de geplande tijdelijke uitbreiding van de afdelingen Fondsenwerving & Communicatie en Financiën pas begin 2011 werden gerealiseerd, wat een positief effect op de kosten had.
De kosten eigen organisatie kunnen worden toegerekend aan de verschillende activiteiten van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Deze toerekening uit 2007 is in 2010 geactualiseerd op basis van wijzigingen in het personeelsbestand en gewijzigde inzichten over de herkomst van kosten. Dit gebeurde conform de daarvoor geldende handreiking van de VFI, de branchevereniging van goede doelen. Kosten voor automatisering worden nu verdeeld naar rato van het aantal werkplekken inclusief de provinciale afdelingen, in plaats van op basis van de ingeschatte tijdsbesteding. Bepaalde kosten van communicatiemiddelen (onder meer voor het jaarverslag en de website) worden niet langer aangemerkt als gedeeltelijk kosten van besteding, maar worden toegerekend aan beheer & administratie.
Overzicht toerekeningWe behandelden in totaal 6.000 aanvragen. De uitvoeringskosten - de kosten om aanvragen te beoordelen, selecteren, monitoren en de eindafrekening te controleren - bedroegen in 2010 € 1,7 miljoen. Hiervoor is een bedrag van € 24,8 miljoen toegezegd.
| Jaar | 2010 | 2009 | 2008 |
| Uitvoeringskosten bestedingen | 1.725.269 | 1.972.659 | 1.839.519 |
| Uitvoeringskosten bestedingen per aanvraag | € 288 | € 396 | € 298 |
| Uitvoeringskosten t.o.v. tot. toegezegde bijdragen | 7,0% | 8,4% | 7,6% |
De kostendaling wordt veroorzaakt doordat bepaalde communicatiekosten niet langer aan de uitvoering bestedingen worden toegerekend. Deze kosten verantwoorden we nu onder kosten van beheer & administratie.
De kosten voor fondsenwerving waren in 2010 € 1,7 miljoen. Dat is 15,5 procent van de inkomsten uit fondsenwerving. Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) hanteert een maximale norm van gemiddeld 25 procent over de afgelopen drie jaar. Het Prins Bernhard Cultuurfonds bleef hier met 16,0 procent ruimschoots onder.
| Jaar | 2010 | 2009 | 2008 |
| Kosten fondsenwerving | 1.691.193 | 1.593.757 | 1.618.972 |
| - ten opzichte van inkomsten fondsenwerving | 15,5% | 18,6% | 13,9% |
| - 3 jaars gemiddelde | 16,0% | 14,5% | 14,7% |
De stijging van de kosten van fondsenwerving is deels het gevolg van de geactualiseerde toerekening. Personele wijzigingen hebben een hogere toerekening van huisvestings-, kantoor- en automatiseringskosten tot gevolg. Daarnaast zijn de kosten werving CultuurFondsen op Naam gestegen ten opzichte van 2009, maar binnen de gestelde begroting.
De kosten van beleggingen stegen in 2010 naar € 650.550, tegen € 232.268 in 2009 en € 453.443 in 2008. Dit is met name het gevolg van een gewijzigde presentatie van deze kosten. Met het aanstellen van de fiduciair manager kunnen beheerkosten separaat worden gepresenteerd. Voorheen werden deze kosten direct gesaldeerd met beleggingsopbrengsten. Daarnaast ontvingen we in 2009 een eenmalige tariefsverlaging op de door derden gevoerde beleggingsadministratie.
De kosten van beheer en administratie bedroegen € 1,1 miljoen, wat slechts 3,8 procent is van de totale lasten. Het Prins Bernhard Cultuurfonds hanteert een eigen norm van maximaal 5 procent voor de kosten van beheer en administratie.
| Jaar | 2010 | 2009 | 2008 |
| Kosten beheer en administratie | 1.058.779 | 848.451 | 769.932 |
| - ten opzichte van de totale lasten | 3,8% | 3,2% | 2,8% |
De stijging wordt grotendeels veroorzaakt doordat we de kosten van algemene communicatiemiddelen (onder meer voor het jaarverslag en de website) voor een bedrag van ruim € 200.000 niet langer aanmerken als kosten van besteding, maar toerekenen aan beheer & administratie. Daarnaast actualiseerden we in 2010 de functiebeschrijvingen van de medewerkers en beschreven we de bedrijfsprocessen voor de automatisering. Daarin werden we bijgestaan door externe adviseurs.
Het Prins Bernhard Cultuurfonds streeft er naar de organisatiekosten zoveel mogelijk te dekken uit de opbrengsten uit vermogen, zodat meer overblijft voor ondersteuning van activiteiten. Daarom hebben we een bestemmingsreserve gevormd die wordt belegd in effecten.
Opbrengsten uit vermogenDankzij de goede beleggingsresultaten werden in 2010 de organisatiekosten van € 5,2 miljoen volledig gedekt door de opbrengsten uit vermogen. Het deel van de vermogensopbrengsten dat niet nodig is voor de dekking van organisatiekosten, voegen we in het betreffende jaar toe aan de bestemmingsreserve. In 2010 was dat € 1,4 miljoen. Wanneer de behaalde rendementen niet voldoende zijn om de organisatiekosten te dekken, wordt er ingeteerd op het eigen vermogen. Dit was bijvoorbeeld het geval in 2008, toen € 1,9 miljoen werd onttrokken uit de bestemmingsreserve.
Per 31 december 2010 bedragen de totale bestemmingsreserves € 69,4 miljoen (2009: € 59,0 miljoen). Om uit de vermogensopbrengsten van deze reserve de kosten eigen organisatie te kunnen dekken, moet de reserve bij een verwacht rendement van 6 procent minimaal € 80 miljoen bedragen. Om de continuïteit van het Prins Bernhard Cultuurfonds te waarborgen, worden jaarlijks de nalatenschappen en legaten zonder specifieke bestemming aan het vermogen toegevoegd, net als 7,5 tot 11 procent van de inkomsten uit loterijen. In 2010 was dit in totaal een bedrag € 2,6 miljoen. Uiteraard zorgt het Prins Bernhard Cultuurfonds er tegelijkertijd voor dat we de gestelde maxima voor de kosten eigen organisatie en de kosten van beheer en administratie strikt handhaven.
Het Prins Bernhard Cultuurfonds wordt geleid door een statutair bestuurder/directeur. Deze is eindverantwoordelijk voor het beleid en de realisatie van de doelstellingen van het fonds op zowel provinciaal als landelijk niveau en in Europees verband.
BezoldigingsbeleidDe Raad van Toezicht stelt het bezoldigingsbeleid, de hoogte van de directiebeloning en de hoogte van andere beloningscomponenten vast. De directiebezoldiging is overeenkomstig het arbeidsvoorwaardenreglement en beloningssysteem/salarisgebouw dat voor al onze medewerkers geldt en dat is ingesteld op advies van Hay Consultants in 2000. Het Prins Bernhard Cultuurfonds kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkeringen en stelt geen leaseauto ter beschikking.
Het Prins Bernhard Cultuurfonds is een vermogensfonds. De kosten van het salaris van de directeur worden betaald uit het rendement op het eigen vermogen. Deze kosten komen dus niet ten laste van de inkomsten uit eigen fondsenwerving. Het voor de toetsing aan vfi-maxima relevante werkelijke jaarinkomen van de directeur bedroeg in 2010 € 154.149 (1 FTE/12 maanden). Deze beloning bleef binnen het door de VFI gestelde maximum. De hoogte en de samenstelling van de bezoldiging wordt in de jaarrekening toegelicht in de toelichting op de staat van baten en lasten.
De jaarrekening van het Prins Bernhard Cultuurfonds wordt gecontroleerd door KPMG. De accountant wordt benoemd door de Raad van Toezicht. De accountant rapporteert jaarlijks direct aan de leden van de Raad van Toezicht die zitting hebben in de Financiële Audit- en Beleggingscommissie. In 2010 ondersteunde KPMG het management van het Prins Bernhard Cultuurfonds bij de beschrijving van bedrijfsprocessen. KPMG Meijburg verleende belastingadviesdiensten op het gebied van de btw.
In het licht van de afgelopen turbulentie op de financiële markten is de in 2008 vastgestelde strategische asset allocatie in 2010 geëvalueerd en herbevestigd. Gedurende 2010 is de portefeuille gefaseerd in overeenstemming met de strategische asset allocatie gebracht.
Vanwege de turbulente markten en de toegenomen complexiteit van beschikbare beleggingsinstrumenten heeft het Prins Bernhard Cultuurfonds per 1 december 2009 de effectenportefeuille overgedragen aan fiduciair manager SEI Investments Company (SEI). De volledige effectenadministratie werd in 2010 verzorgd door International Trust Services (ITS).
Fiduciair managerSEI ondersteunt ons bij de vaststelling van het beleggingsbeleid, het risicoprofiel en het daarmee samenhangende gewenste rendement. Op basis hiervan stelt de Raad van Toezicht een strategische asset allocatie vast. SEI selecteert en stuurt de vermogensbeheerders aan waarin wordt belegd. Door aan te sluiten bij het totaal door SEI beheerde vermogen worden de beleggingen van het Prins Bernhard Cultuurfonds gespreid over meerdere vermogensbeheerders en beleggingscategorieën, wat een verlaging van het risico met zich mee brengt.
ITS verzorgde tijdens het verslagjaar de volledige effectenadministratie. Deze partij rapporteert maandelijks aan de directie. De Financiële Audit- en Beleggingscommissie komt vier keer per jaar bijeen om samen met de directie de prestaties te evalueren; minimaal twee keer per jaar is de fiduciair manager daarbij aanwezig. De Financiële Audit- en Beleggingscommissie rapporteert vier keer per jaar aan de Raad van Toezicht.
Al in de eerste helft van 2008 deden we samen met SEI een analyse van de risico-omgeving van het Prins Bernhard Cultuurfonds. In deze ALM-studie (Asset Liability Management studie) is gekeken naar de strategische uitgangspunten van het fonds, de ontwikkeling van de verplichtingen die door beleggingsrendementen moeten worden gedekt, scenario's voor macro-economische trends en naar bijpassende keuzes binnen beleggingscategorieën. Op basis van de uitkomsten van de ALM-studie heeft het bestuur in 2008 een strategische allocatie vastgesteld. In het licht van de afgelopen turbulentie op de financiële markten is de in 2008 vastgestelde strategische asset allocatie in 2010 geëvalueerd en herbevestigd. Gedurende 2010 is de portefeuille gefaseerd in overeenstemming met de strategische asset allocatie gebracht.
Strategische asset allocatie| Allocatie | Werkelijke allocatie ultimo 2010 | Strategische asset allocatie |
| Obligaties | 49% | 50% |
| Aandelen | 38% | 35% |
| Indirect vastgoed | 4% | 5% |
| Hedge fund(s) | 9% | 10% |
De verschillende categorieën mogen 5 procent afwijken van de strategische allocatie.
Het Prins Bernhard Cultuurfonds belegt de CultuurFondsen op Naam en een deel van het eigen vermogen in een effectenportefeuille. Ook verstrekken we tegen een lage rente hypotheken aan eigenaren van gemeentemonumenten en vormt het pand Herengracht 474 een beleggingsobject. We zorgen er daarbij wel voor dat we maatschappelijk verantwoord beleggen.
Het rendement op de effectenportefeuille was 8,1 procent. In 2009 was dit 8,0 procent. Het gemiddelde rendement over de periode 2001 - 2010 was 3,1 procent.
Rendement| Jaar | 2010 | 2009 | 2008 | 2007 | 2006 | 2005 | 2004 | 2003 | 2002 | 2001 |
| Rendement | 8,1% | 8,0% | -3,2% | 2,6% | 1,4% | 10,3% | 5,9% | 4,1% | -4,8% | -1,5% |
De samenstelling van de effectenportefeuille was per 31 december als volgt:
| Jaar | 2010 | 2009 |
| Obligaties | 71.171.310 - 49% | 85.520.736 - 65% |
| Aandelen | 55.906.518 - 38% | 34.402.255 - 26% |
| Vastgoed | 5.907.617 - 4% | 5.500.000 - 4% |
| Hedge funds | 12.901.060 - 9% | 5.500.015 - 4% |
| Totaal | 145.886.505 | 130.923.006 |
In 2010 is de portefeuille verder in overeenstemming gebracht met de strategische asset allocatie, met een hogere weging in aandelen. Meer informatie geven we onder 'Beheer effectenportefeuille en strategische asset allocatie'.
Samen met het Nationaal Restauratiefonds heeft het Prins Bernhard Cultuurfonds de Cultuurfondsen voor Monumenten opgericht. Uit de Cultuurfondsen voor Monumenten verstrekt het Restauratiefonds laagrentende cultuurfondshypotheken aan eigenaren van gemeentemonumenten. Ultimo 2010 bedroeg het vermogen dat het Prins Bernhard Cultuurfonds hiervoor beschikbaar stelde in totaal € 24,9 miljoen (2009: € 22,4 miljoen). Daarvan is € 16,6 miljoen (2009: € 14,3 miljoen) door het Restauratiefonds doorgeleend als cultuurfonds-hypotheek. De netto ontvangen rente van € 136.406 (2009: € 112.316) wordt toegevoegd aan het voor Cultuurfondsen voor Monumenten beschikbare vermogen.
Het Prins Bernhard Cultuurfonds is eigenaar van het pand Herengracht 474, waarin Erfgoed Nederland is gevestigd. We verhuren het pand onder gunstige, niet-marktconforme voorwaarden aan deze stichting.
Het Prins Bernhard Cultuurfonds vindt het van groot belang om zijn eigen vermogen maatschappelijk verantwoord te beleggen en ook op die manier positief bij te dragen aan de maatschappij. We kiezen bewust voor investeringen die passen bij onze missie en die onze doelstelling ondersteunen. Zoals de investeringen in de Cultuurfondsen voor Monumenten en het pand Herengracht 474. Zo snijdt het mes aan twee kanten.
Effectenportefeuille: EngagementVoor de effectenportefeuille is gekozen voor Engagement. Hierbij worden bedrijven direct aangesproken op niet-duurzame activiteiten. Als aandeelhouder maken we actief gebruik van het stemrecht, waarbij we aansluiten bij het totale vermogen van de fiduciair manager. Hierdoor stijgen de mogelijke invloed en effectiviteit van ons duurzaam beleggingsbeleid aanzienlijk.
De discussie over maatschappelijk verantwoord beleggen is nog gaande en de mogelijkheden om de effectenportefeuille duurzaam in te richten zijn nog steeds in ontwikkeling. Daarom heeft het maatschappelijk verantwoord beleggen blijvende aandacht van het management en de Financiële Audit- en Beleggingscommissie. Het Prins Bernhard Cultuurfonds draagt van harte bij aan initiatieven van brancheorganisaties als de vfi en de vereniging Fondsen in Nederland (fin) op dit gebied. En we onderzoeken actief de mogelijkheden voor samenwerking met collega-fondsen.